1. Doelstelling
Het doel van het carnavalsmonument is om in de openbare ruimte de cultuurhistorie van “d’r Völser Vastelovvend” zichtbaar, leesbaar en hoorbaar te maken. Dit gebeurt via een kunstzinnige verbeelding van het symbool van zowel de Vaalser burger als de Vaalser carnaval: de uil — “de üll”.
Het monument vervult een centrale rol binnen de carnavalsvieringen in Vaals: het vormt een ontmoetingspunt dat de gemeenschap verbindt, herinneringen levend houdt en eer betoont aan de iconen van het verleden.
2. Symboliek
De symboliek van de uil, de ‘üll’: carnavalesk houdt de Vaalsenaar zichzelf een spiegel voor en steekt de draak met zijn eigen wijsheid — en die van zijn medeburgers — als “een volkje, wijs als de uil”.
Als grensbewoner is het natuurlijk niet zomaar een uil, maar een grensuil. De uil als nachtdier verwijst bovendien naar de vroegere nachtelijke smokkelpraktijken die langs de grens schering en inslag waren. De grensuil werd eveneens gebruikt door de oprichters van CV de Grensülle, de organiserende carnavalsvereniging van Vaals die in 1948 werd opgericht.
Antropologisch gezien is carnaval bovenal een omkeringsritueel: een feest waarbij de rollen binnen de gemeenschap tijdelijk worden omgedraaid, vaak met een satirische ondertoon. Enkele dagen per jaar maken de “onderdanen” de dienst uit, terwijl de “machthebbers” het mikpunt van spot worden. Zo biedt dit omkeerfeest een tijdelijke ontsnapping aan sociale normen en verwachtingen — een periode van vermaak én sociale kritiek.
3. Locatie
Treffend naast de voormalige Lutherse kerk (De Kopermolen), gebouwd in opdracht van de Evangelisch – Lutherse gemeenschap in Aken. Carnaval stamt uit de katholieke traditie: het is het uitbundige feest vóór de vastentijd. Toen de Reformatie (met Luther als boegbeeld) in de 16e eeuw opkwam, verwierp de Lutherse kerk veel katholieke gebruiken — maar niet allemaal. Luther zelf hield van muziek, humor en menselijk plezier. Hij vond dat geloof en vreugde elkaar niet hoefden uit te sluiten.
Extra treffend is dat, voortbordurend op dit omkeringsritueel, de ‘Grensüll’ nu uitkijkt op het gemeentehuis — en specifiek op de kamer van de burgemeester — die zo mooi symbolisch “in de gaten gehouden” wordt. Het huidige gemeentehuis van Vaals (Stammhaus Clermont) is oorspronkelijk het woonhuis van Johann Arnold von Clermont (1728–1795), een ondernemer, industrieel en koopman.
4. Artistieke inhoud en materiaal
Artistieke inhoud:
De artistieke inhoud van een carnavalsmonument in Vaals kan nauwelijks duidelijker tot uitdrukking komen dan in de vorm van een uil. Daarbij dienden de uit hout gesneden uilen op de historische staf van de ceremoniemeester én op de scepter van de prins van CV de Grensülle, beide daterend uit 1948, als model.
Materiaal:
Het betreft een figuratief beeld, gehouwen uit blauwe hardsteen — in dit geval Ierse hardsteen, een veelgebruikte steensoort voor beeldhouwwerk. Deze steen werd in onze streek, en zeker ook in Vaals, vaak toegepast als bouw- en monumentsteen (zoals bij de waterval bij de Gau) en vormt daarmee een lokaal passende keuze. Daarnaast is de keuze ingegeven door de lange levensduur en duurzaamheid van het materiaal.
De sokkel waarop de uil wordt geplaatst is vervaardigd uit Regal Black-graniet: eveneens duurzaam, robuust, expressief en tijdloos van uitstraling. Door de donkere kleur ontstaat een mooi contrast met de lichtere uil.
5. Cultuurhistorische waarde
De Limburgse carnavalsmonumenten vormen samen een culturele reis door onze provincie. Ze geven uitdrukking aan de rijkdom en diversiteit van de Limburgse cultuur, taal, gebruiken en rituelen, en leggen deze vast voor toekomstige generaties. Met het Vaalser monument heeft ook Vaals zijn welverdiende plek binnen dit geheel.
Via deze QR-code is alle informatie over het Vaalser monument te ontdekken — in woord, beeld en geluid. Zo helpt het monument de rijke geschiedenis van het Vaalser carnaval verder te ontsluiten.
6. Totstandkoming
Dit carnavalsmonument is tot stand gekomen door intensieve samenwerking tussen:
• Gemeente Vaals;
• De heer en mevrouw Ralet-Cuypers (financiers), ouders van wijlen jubileumsprins (2003) Didier Ralet († 14-6-2022);
• Heemkundevereniging Sankt Tolbert Vaals;
• Veldekekring Um Mamelis;
• Leo Klein en Ed Klein (steenhouwers);
• Rainer Klinkenberg (steenhouwer/meestersteenbeeldhouwer;
• CV de Grensülle Vaals (met erevoorzitter Piet Weyenberg als initiatiefnemer).
7. Prinsenlijst 7×11 jaar
Ter ere van het 7×11-jarig jubileum van C.V. De GrensÜlle Vaals presenteren wij u met trots een compleet overzicht van alle Prinsen, Kinderprinsen en Hofnarren die sinds 1949 tot en met 2025 een prominente rol hebben vervuld binnen de Volser Vastelaovend. Deze indrukwekkende lijst weerspiegelt 77 jaar aan traditie, plezier en verbondenheid. Een eerbetoon aan iedereen die onze rijke carnavalscultuur heeft helpen vormgeven. Het overzicht kunt u hier vinden.
8. Tekst op sokkel Vols pakt oes
Vols pakt oes oftewel Vaals gaat ervoor !
“Vols Pakt Oes” geldt als het officiële carnavaleske volkslied van de Vaalser carnaval. De tekst werd in 1948 op papier gezet door buutereedner, schlagerschrijver – zanger Lambert Erven. Samen met Leo Ketelaars, componist en dirigent, tekenden ze voor de muziek.
De tekst herinnert, hoe kan het anders, aan de moeilijke jaren na de tweede wereldoorlog.
Het refrein vertelt over de Vaalsenaren die carnaval vieren, zich door niemand laten commanderen en volop genieten van de humor en het tijdelijk loslaten van sociale regels en verwachtingen.
Vaals heeft al jaren geen carnaval meer gevierd.
Alsof ze lagen te slapen, je kreeg er echt genoeg van.
Maar dit jaar laten we iedereen zien, dat ook wij carnaval vieren.
Daarom gaat alles zingen, springen, als lustig volk is Vaals bekend.
Dan volgt het refrein:
Vaals pakt uit, gaat carnaval vieren.
We laten ons door niemand meer commanderen.
Laat maar komen wat er komen gaat.
Dat maakt ons helemaal niets uit.
Want onze leus dat is en blijft: Vaals pakt uit.
Als anderen zich amuseren, de hele carnavalstijd,
dan moeten wij dat zeker kunnen, omdat er humor in ons zit.
Daarom vraag ik met klem: stop met klagen, vier onze carnaval goed.
Zodat die buiten het dorp kunnen zeggen, die Vaalser jongens, die hebben moed.
Dan volgt weer het refrein.
